Category:Kasteel Nieuwenhof

From Wikimedia Commons, the free media repository
Jump to navigation Jump to search
Castle Nieuwenhof (en); Kasteel Nieuwenhof (nl) kasteel in Nederland (en); château néerlandais (fr); Schloss in den Niederlanden (de); kasteel in Moergestel (nl) rijksmonumentnummer 29943 (nl)
Castle Nieuwenhof 
kasteel in Nederland
Nieuwenhof.jpg
Upload media
Instance ofchâteau
Location Moergestel, North Brabant, Netherlands
Street address
  • Kloosterdreef 4
Heritage designation
51° 32′ 52.8″ N, 5° 10′ 51.6″ E
Authority control
Edit infobox data on Wikidata

Korte versie Het 16e eeuwse "kasteel" (huysinge) was van oorsprong eigendom van de familie van Brecht. Deze waren de tiendheffers van Moergestel. Door een huwelijk met de dochter van een van de voormalige Heren van Gestel waren ze in Moergestel beland. Het was een machtige familie. Het is twijfelachtig of ze zelf in Moergestel hebben gewoond. Zeker is dat na 1300 de eigenaren van de Heerlijkheid Moergestel nooit in Moergestel het kasteel bezaten. Ze waren ook veel te machtig en rijk om zich in dit dorpje te vestigen. Pas in 1761 veranderde dit toen Marcellus Bles niet alleen het kasteel maar ook de Heerlijkheid kocht. Hij kocht toen ook het naastgelegen Heerengoed. De familie Schetz/later Van Ursel had dit in de 16e eeuw aangekocht samen met de Heerlijkheid, vandaar de naam Heerengoed. Marcellus Bles voegde het samen met zijn Nieuwenhoff. Lijst van eigenaren van Nieuwenhoff:

Lange versie 1. Genealogie van Brecht. De Van Brechts, bezaten kort na 1300 in Moergestel “De Oude Hof“. De toenmalige eigenaar, de ridder Godfried jr. (heer) van Brecht was een kleinzoon van Gilles van Brecht. Gilles zou een natuurlijke zoon zijn geweest van Hertog Hendrik III van Brabant. Zijn zoon Godfried trouwde met Margriet van Strijen. Hun zoon weer, Godfried jr., trouwde met de Moergestelse Aleyt van Gestel. Ze hebben twee zoons, Jan, geboren rond 1340 en Willem. Godfrieds zoon, ridder Jan trouwde in 1384 met Margriet van Wijnegem, vrouwe van Dieghem. Hij kreeg toen als huwelijksgeschenk de heerlijkheid Dieghem. Hun zoon was (ridder) Godevaert (ook Godefridus en Goyart, Goirt) van Brecht. Hij trouwde met Hedwig van Wijngaarde, kleindochter van Gilles van de Wijngaarde, drossaard van Breda. Godevaert had in 1414 een groot conflict met de Heer van het dorp Moergestel. Godevaert stierf voor 1419 een gewelddadige dood. In de kerk van Moergestel werd later een nieuw Lieve Vrouwe-altaar gesticht voor zijn zieleheil. Godevaert en zijn vrouw hadden tijdens hun korte huwelijksleven o.a. een zoon Jan (Johannes Godefridi). Die trouwde met Dirkske (Theodora) de Louwe (de Lu). Jan had in 1452 een conflict over het benoemingsrecht van de pastoor van Moergestel met de abdij van Tongerlo. Jan zou schepen zijn geweest in Brussel. In 1457 is in Moergestel sprake van het woonhuis van Brecht. Hun zoon (jonker) Goossen van Brecht verhief de tienden in Moergestel in 1479. Hij zou getrouwd zijn geweest met Johanna (+1510), een dochter van de Bossche schepen Marcelis Stamelaert van Uden. Goossen was schepen en burgemeester van Den Bosch. Hij stierf in 1518. Hun zoon (ridder) Jan was hoogschout van Den Bosch. Hij trouwde Elisabeth van Hunnenborch. Hij was in Moergestel tiendheffer en stierf in 1558. Een van zijn vele zoons was Marcelis van Brecht gehuwd met Anna van Berckel5. Hij bezat niet de tienden van Moergestel. Diens dochter was Elisabeth van Brecht. Zij trouwde met Johan van Hambroek en erfde van de Van Brechts te Moergestel o.a. Nieuwenhoff. In 1613 verkocht Elisabeth van Brecht nabij deze lokatie al de Achterste Boonhof èn de Voorste Boonhof. De laatste ligt aan de grote Dries aan Nyeuwenhoff. Haar dochter was Anna van Hambroek die nu via haar moeder Nieuwenhoff erfde. Anna woonde in Den Bosch tot ze te maken kreeg met de val van Den Bosch in 1629. Hierna zou ze betrokken zijn geweest bij het veilig stellen van het Mirakelbeeld van de St. Jan. In Moergestel stelde ze korte tijd Nieuwenhoff ter beschikking voor opvang van Bossche weesmeisjes. In 1642 slaagde zij er in zich in Moergestel vrij te kopen van de koningsbede, en bijdragen aan de inkwartiering van troepen8. Ze overleed in 1660 in Oirschot, zonder een testament na te laten. In 1658 had ze echter al Nieuwenhoff, een huizinge met optreckende brugge, landerijen en de Bregtsche ackeren (aan de Tilburgseweg) verkocht (beleend?) aan Jan Backers de jonge. De erfgenamen van Anna losten het een en ander af in januari 1661.

Eigenaren na 1661: Men verkocht het echter op 7-1-1661 meteen weer aan Johan de Bacquer de jonge als “schone omwaterde huysinge, hove, boomgaert etc. te Moergestel met gerechtigheid”12 en “ stuk land genoemt de Brechtsche hoeve tot Moergestel”. Een jaar later betaalde Johan daarvoor F.1100,- . Hierna verkocht hij het aan Adriaan Boucholt, de rentmeester van de geestelijke goederen in het kwartier van Oisterwijk. Deze bleef eigenaar vanaf 166X tot 1673. Hij zou zelf op Moerenburg zijn gaan wonen. Mogelijk bewoonde zijn dochter Isabelle het kasteel Nieuwenhof. Samen dienden ze in ieder geval een schadeclaim in bij de regenten van Moergestel. De Raad van State beval de regenten van Moergestel alle schade te vergoeden (3000 gld!) welke door vagebonden, die zich uitgaven voor Munsterse soldaten, zijn toegebracht aan de huizinge van Adriaen van Boucholt, rentmeester der geestelijke goederen. In deze tijd is overigens ene Willem van Bouckholt drossaard in Moergestel. In 1673 was er(opnieuw) sprake van een uitwinning en kwam Johan de Backer weer in het bezit van Nieuwenhof. Hij bleef eigenaar tot 1688. Deze De Backer woonde daadwerkelijk in Moergestel, hij was er zelfs enige tijd president-schepen. Hij maakte beetje bij beetje een begin met het ontginnen van de heide op de Brechse Hoeven. Hij was verder enige tijd bezitter van een zesde deel van de tienden van Moergestel. In 1688 werd het huis, met landerijen en de Brechtse hoeve, opgewonnen door Hendrik Sweerts de Landas. Hendrik Sweerts de Landas was toen al heer van Baerschot. Hij woonde o.a. in Den Bosch en was mogelijk slechts ambtshalve evicteur. Deze Hendrik was namelijk ontvanger der verpondingen voor stad en vrijheid 's Hertogenbosch. Pas 3 jaar later was er een nieuwe eigenaar en bewoner: Joan Louis Baron de Launay, ritmeester in dienst der Verenigde Nederlanden. Hij kocht het in de verkoop "bij leste slijtinge"

In 1741 werd Nieuwenhoff aangekocht door de Oisterwijkse dominee Laurentius Verster de Balbian (1706 - 1776) en de protestantse Oisterwijkse notaris Anthony Glavimans (1694-1756). De' schoone playsante welgelegen huysinge' had een koopsom van F1345. De bijkomende lasten bedroegen F875. In totaal dus F2220. De aankoop verliep via de protestantse Oisterwijkse notaris J.J. Althoffer, namens het dorpbestuur van Moergestel. Het is onbekend wat dominee Verster en notaris Glavimans gedurende 11 jaar met Nieuwenhoff beoogd hadden. Mogelijk was het slechts bedoeld als belegging. Winst werd er niet behaald.

Begin 1752 werd het kasteeltje door hen verkocht aan de Moergestelnaar Jacobus Schoonus 20 (Schoonens) voor in totaal F2010. Mogelijk was deze al pachter geweest.

In 1761 werd het goed door Jacobus Schoonus verkocht aan Marcellus Bles (1715 -1797). Daarna betrok de familie Schoonus de boerderij die de volgende eigenaar, Marcellus Bles , voor hem moest bouwen: eene boere huijsinge met stal, schuur, schop en verdere noodwendigheeden bequaam in ordre en bewoonbaar"21. Dankzij de aankoop van het kasteeltje door Bles in 1761, bleef het kasteeltje, "seekere Casteel off Heeren Huijsinge, van outs genaamt Nieuwenhoff met schuur, stallinge, schop, hof en aangelag, nog tweehonderd jaar het lot bespaard dat het Hooghuis eind 18e eeuw al zou treffen: de sloophamer. Bles betaalde Schoonus het forse bedrag van F.4150,-. Dit aankoopbedrag was uitzonderlijk veel hoger dan de door Schoonus in 1741 betaalde. Hij behaalde een mooie winst. Bij dit landgoed hoorde ook in die tijd nog altijd een aantal percelen akker- en weiland.

Bles was dus na 1300 de eerste Heer van Moergestel die het “kasteel” in eigendom had. In 1797 ging Nieuwenhoff na Marcellus' overlijden naar zijn in Colombo geboren dochter Helena. De heerlijkheid bestond al niet meer, met dank aan de Franse revolutie. Helena was getrouwd met Dirk Bekkers uit Chaam en hun zoon Marcellis had later feitelijk nog slechts het heerlijk jachtrecht. Van 1798 tot 1814 was dit echter ook geschrapt, waarna het nog tot 1923 voortleefde, zij het met de nodige conflicten. Jonkheer Donatus van den Bogaerde van Terbrugge was de volgende eigenaar van de heerlijkheid (niet van het onroerend goed). Pas na aankoop van het jachtrecht in 1849 mocht hij zich van den Bogaerde van Terbrugge van Moergestel noemen. Meer dan het jachtrecht hield zijn heerlijkheid dus niet in. Wel verwierf hij ook een deel van de oude archieven van de Heerlijkheid Moergestel, welke bij hem in veilige handen zouden zijn gebleken.22 In 1843 werd het kasteeltje door de Zusters van Liefde aangekocht. Bij de invoering van de wet op de (religieuze) bejaardenoorden werd het bekende kasteel van Moergestel opgeofferd voor nieuwbouw. Blijkbaar zonder enige vorm van protest.


Bron: F. Goris, De heerlijkheid Moergestel en het kasteel Nieuwenhof, in: De Kleine Meijerij. Vlugschrift van de Heemkundekring, 65 (2014), pp. 150-155.